Katten jagen

Katten jagen speel je met 4 of 5 spelers. Sorteer de roze, blauwe, zwarte en gele kaarten. (Bij 4 spelers haal je daar 2 kaarten per kleur uit, zodat er 32 kaarten overblijven). Iedere speler krijgt 8 kaarten. De waarde van de kaarten is als volgt:

roze kaarten = 6 punten
blauwe kaarten = 7 punten
zwarte kaarten = 8 punten
gele kaarten = 9 punten

De speler die de “gelukskat” (gele kat met een klavertje boven zijn hoofd) in handen heeft, begint de eerste slag door deze kaart op te gooien. Met de klok mee moeten de overige spelers een gele kaart of een kaart met een klavertje neerleggen.  Als iedere speler een kaart op tafel heeft gelegd is een slag gespeeld. De speler met de hoogste kaart noteert zijn punten en moet nu als eerste ‘uitkomen‘, dat wil zeggen een kaart opgooien die de andere spelers moeten volgen. Je doel is zo min mogelijk punten te halen.

Na 8 slagen, als de kaarten op zijn, is een complete ronde gespeeld en worden de punten voor iedere speler opgeteld en bijgeschreven. Er wordt gespeeld totdat een van de spelers de grens van 20 punten heeft bereikt of overschreden. Vanaf dat moment is het niet langer het doel zoveel mogelijk punten te ontduiken (dus zo min mogelijk punten te halen), maar juist zo veel mogelijk punten binnen te halen. De behaalde punten worden aan het einde van een ronde van de score afgetrokken. De speler die als eerste weer de 0 heeft bereikt heeft gewonnen.

(Voor rekenen met grote getallen, kun je de getallen op de kaarten, in plaats van de waarde van de kleur gebruiken.  Verhoog dan de grens naar 100 of 200 punten.)